Billenkoek voor Straatschoffies - Marxplaats

Marxplaats.nl
Marxplaats.nl
Ga naar de inhoud

Billenkoek voor Straatschoffies

Columns en meer
Billenkoek voor straatschoffies
Commentaar (2020): Deze column schreef ik in 2001. En ik sta er nog steeds achter. Sterker nog, meer dan ooit heb ik het gevoel dat ik destijds erg gelijk had. De Ridouan T's van vandaag waren de straatschoffies van toen. De leden van de beruchte Audi-bende die vele plofkraken op hun naam hebben staan, komen voor een groot deel uit Kanaleneiland. Als we twintig jaar geleden steviger hadden opgetreden tegen de jochies van toen, hadden we nu een veiliger Nederland gehad, is mijn stellige overtuiging. Of zoals ik in deze column schrijf: "En hoe langer we wachten met een serieuze aanpak des te drastischer worden de maatregelen die later nodig zijn om de zaak te redden."
En dit is de column die ik in 2001 schreef:

Ingeslagen autoruiten, verdwenen laptops, berovingen, bedreigingen, geweld. De Utrechtse wijk Kanaleneiland wordt geterroriseerd door een grote groep jongens. Het zijn vooral Marokkaanse jongens. Het is zo erg dat bewoners een urgentie verklaring aanvragen bij de woningbouw, om maar zo snel mogelijk weg te komen. Winkeliers op het grootste winkelcentrum in Kanaleneiland klagen er over dat het publiek wegblijft. Dat is niet zo gek, als je op de parkeerplaats naast het winkelcentrum geconfronteerd wordt met grote aantallen Marokkaanse jongens die elke auto die aankomt met belangstelling bestuderen. En niet omdat ze de kleur zo mooi vinden. Bij gemiddeld één op de twee bezoekjes die ik aan het winkelcentrum breng, zie ik een opengebroken auto, of auto-eigenaren die het gebroken glas aan het verwijderen zijn.
Er is een probleem in Kanaleneiland. Dat weet ik, dat weet elke bewoner van Kanaleneiland en zelfs de Marokkaanse jongens zullen het zelf ook wel weten. Maar de Utrechtse bestuurders vinden van niet.

Maar wat deden die bestuurders dan tot nu toe? Datgene wat ze al jaren doen: zeggen dat het allemaal wel meevalt in Kanaleneiland. Dat we niet zo moeten overdrijven. Dat het niet zo erg is als de bewoners roepen. Hooguit een groepje van zo’n 30 jongens zorgt voor de overlast. De rest zijn slechts meelopers. Het probleem is dus nog beheersbaar wil de gemeente ons doen geloven. Vroeger mochten we niet over Marokkanen praten. Gelukkig zijn we in Utrecht van die hypocrisie afgestapt. Het zijn ten slotte Marokkaanse jongens, en in hun afkomst schuilt een deel van de oorzaak van de problemen. En de oplossing ook overigens.

Gisteren was ik bij een vergadering van de Utrechtse gemeenteraad. Er werd weer eens gediscussieerd over de problemen in de wijk, of in het wijk, zoals een goed Utrechter placht te zeggen. De burgemeester draaide voor de zoveelste keer haar verplichte verhaaltje af. Dat het allemaal wel meevalt. Dit keer beweerde ze doodleuk dat we het geen probleem van de wijk mochten noemen, het waren ten slotte maar een paar straten waar de problemen waren.

En om de kritiek te weerleggen dat de politie niets doet in de wijk, gaf ze een opsomming van hoeveel jongeren er dit jaar in de hulpverlening terecht zijn gekomen. Ik telde vrolijk mee. Aan het einde van het verhaal stond mijn teller op 355. Driehonderdvijfenvijftig! Dit zijn de jongens die op één of andere manier tegen de lamp zijn gelopen of op een andere manier ontspoord zijn. Voor de goede orde, we weten dat maar een heel klein deel van de daders van misdrijven in Nederland gepakt wordt. Die 355 jongens is dus maar een deel van het probleem.

Een hele simpele rekensom leert dat er vele honderden criminele jongens rondsjouwen in Kanaleneiland. Noem dat maar niets. Gelukkig zet de burgemeester twaalf wijkagenten in.

De Utrechts wijk Kanaleneiland is natuurlijk niet uniek voor Nederland. Elke grote stad kent zijn eigen probleemwijk. In andere steden zijn het vast geen Marokkanen, maar misschien gewone Hollandse jongens, of Chinese, Turken, Duitsers of Belgen. Maar (bijna) overal zal de reactie van de politiek dezelfde zijn. Zouden ze het tegendeel beweren en eindelijk toegeven dat de situatie volkomen uit de hand is gelopen, dan geven ze hun eigen falen toe. Dan geven ze toe dat ze al jaren met softe maatregelen de zaak alleen maar erger hebben zien worden.

Het wordt de hoogste tijd dat we stoppen met beweren dat er in Kanaleneiland geen probleem is. Het wordt de hoogste tijd dat de politie massaal de wijk in gaat. Dat misdaad niet wordt geaccepteerd. Dat we veilig willen zijn in alle straten van onze stad. Mannen die hun hand er niet voor omdraaien om een dure TV uit een huis te stelen moeten de bak in. Pubers die op scooters handtasjes roven van bejaarde dames, moeten naar heropvoedingsinstituten. En knaapjes van tien die met stenen naar stadsbussen gooien moeten over de knie bij Oom Agent voor een stevig pak voor de broek.

Maar dan zijn we al één stap te ver. Dan zijn we bezig met het zoeken naar oplossingen. Eerst moet Burgemeester Brouwer van Utrecht in de gemeenteraad op staan en luidkeels roepen: “Kanaleneiland is een probleemwijk. De situatie is er volkomen uit de hand gelopen. Er zijn nu harde maatregelen nodig om de wijk weer leefbaar te maken. En daar gaan we vandaag mee beginnen.”

Zolang de bestuurders van Nederland maar blijven roepen dat er geen probleem is wordt het probleem alleen maar groter. En hoe langer we wachten met een serieuze aanpak des te drastischer worden de maatregelen die later nodig zijn om de zaak te redden.

Vrouwen die in Utrecht bang zijn verkracht te worden door de serieverkrachter krijgen het advies om vooral geen “Help” te roepen, er zal niemand reageren. Met “Brand” heb je wel succes, de mensen zijn nieuwsgierig. Misschien werkt dat bij bestuurders net zo. De probleemwijken staan in brand, gaat u zelf maar kijken.

Utrecht, 14 november 2001
2001 © Marc van Rossum du Chattel
Marxplaats.nl
Dit is de website van
Marc van Rossum du Chattel.
Je mag mijn foto's alleen gebruiken
na mijn schriftelijke toestemming.
Terug naar de inhoud